Na een lange stilte is het hoog tijd om nog eens iets van ons te laten horen. Het is voorbij half mei en nog steeds het (lange) regenseizoen, al zou dat stilaan op zijn laatste benen moeten lopen. Tegenwoordig weet je echter maar nooit, net zoals in België lijken de seizoenen hier ook wat in de knoop te zitten. Regenseizoen dat betekent natuurlijk regen, dat is goed voor de boeren maar dat kan al eens op het gemoed werken. Het kan soms een hele dag regenen, andere dagen regent het ofwel in de voormiddag ofwel in de namiddag. De laatste dagen is er beterschap, de zon laat zich al weer wat vaker zien en de regen lijkt te minderen.
Wat is er de voorbije maanden zoal gebeurd in Butare? Wel het belangrijkste nieuws is dat Loeke ondertussen kan lopen. Op 1 mei zette ze haar eerste stapjes (live gevolgd via skype door Tines ouders) en ondertussen heeft ze het stappen al flink onder de knie. Ze geniet van de nieuwe mogelijkheden die het haar biedt en wij moeten nu extra waakzaam zijn aangezien ze nu bij veel meer bijkan.
Tijdens de genocide herdenkingsweek (vanaf 6 april) en het paasweekend hebben we een kleine trip gemaakt die ons via Bujumbura (Burundi) naar Kigoma in Tanzania bracht. We verbleven in een idyllische setting aan het Tanganyika meer, in een guesthouse gerund door een Noors koppel. Wat een relaxe vakantie beloofde te worden, werd eerder een zorgenweek want Loeke werd ziek. Ze had hoge koorts, had zelfs tweemaal stuipen en bracht een nacht door in het plaatselijke ziekenhuisje. Er werd meteen gedacht aan malaria en het zou allemaal misschien snel achter de rug geweest zijn, mocht Loeke haar medicijnen willen nemen hebben. Dat wilde ze echter niet waardoor we verschillende keren naar het ziekenhuis terug dienden te keren. Uiteindelijk is alles goed gekomen en werden we na een medische check-up in Kigali helemaal gerust gesteld, maar we hadden er wel enkele bezorgde dagen en slapeloze, wakende nachten opzitten. Relax zijn we dus niet teruggekeerd van de vakantie. Een verslagje van de trip zie je bij de foto’s. Daar vind je trouwens ook een verslagje van onze trip naar het noorden van Rwanda waar de vulkanen van het Virunga nationaal park wakend neerkijken op de tweeling meren Ruhondo en Burera.
Over een week is er de Peace Marathon in Kigali, na een trainingsprogramma van 3 maanden ben ik benieuwd hoe ik het er van af zal brengen gezien de hoogte (Kigali ligt op 1600m) en het klimaat. Over drie weken gaan we dan op bezoek bij de berggorilla’s, bij deze beloven we daar sneller verslag van uit te brengen.
Na Tines verslagje over haar bezigheden op het werk, kreeg ik de vraag wat ik zoal doe. Ook daarover zal ik binnenkort iets schrijven en hoogstwaarschijnlijk komt daar weldra wat verandering in.
Tot binnenkort en geniet van de foto’s.
/b
Bert, Tine & Loeke in Rwanda
We zitten vanaf december 2011 in Rwanda. Na de Filippijnen in 2007, nu dus het kleine landje in het midden van Afrika en deze keer niet met twee maar ook onze kleine meid is er bij om haar eerste stapjes letterlijk op Afrikaanse bodem te zetten. Lees hier over onze avonturen.
zaterdag 19 mei 2012
donderdag 22 maart 2012
Rwandese toilet lectuur
Graag verwijs ik jullie door naar de blog van alle juniors van BTC en meer bepaald naar het berichtje dat ik daar net op postte. Klik hier.
Tot blogs,
Tine
Tot blogs,
Tine
dinsdag 20 maart 2012
Good morning
In Rwanda spreken de mensen Kinyarwanda. Kinyarwanda is van structuur een typische Afrikaanse taal waarbij zinnen vaak gevormde worden door prefixen of suffixen toe te voegen aan een stamwoord. De meeste woorden hebben voor ons geen link met een woord uit een taal die ons vertrouwder is. Kinyarwanda leren is dus niet gemakkelijk maar toch zou het leuk zijn om het een beetje te kunnen. Momenteel is onze woordenschat beperkt tot een paar woordjes zoals goeiemorgen, - middag, dankuwel enzo. Binnenkort starten we normaalgezien met wat privé taallessen.
Naast het Kinyarwanda hoor je ook vaak wat Swahili. Zo word je op de markt of in sommige winkeltjes vaak begroet met ‘karibu’, Swahili voor welkom. Het Engels is momenteel ook een officiële landstaal in Rwanda. Vroeger was dat Frans, waarschijnlijk vooral te danken aan de Belgische kolonisator. Maar ergens in 2008 besliste de overheid om het Franse te laten vallen en over te schakelen naar het Engels. De officiële reden daarvoor is om zich beter te kunnen integreren in de Oost-Afrikaanse gemeenschap.
Het overschakelen naar het Engels betekende dat het onderwijs niet langer in het Frans maar in het Engels diende te gebeuren. Leerkrachten en professoren die hun opleiding in het Frans gekregen hadden en al jaren in het Frans onderwezen, moesten dus plots overschakelen naar het Engels, een taal die ze niet altijd machtig waren. Ook voor de studenten werd verwacht dat ze zich maar aanpasten.
Sommige kinderen kennen slechts enkele woordjes Engels en als ze een buitenlander zien, zijn ze vaak trots die te kunnen gebruiken. Vaak blijk echter dat de taalkwestie ook bij hen voor moeilijkheden zorgt. Of het nu 6 uur ’s ochtends, 2 uur ’s namiddags of 6 uur ’s avonds is kinderen begroeten ons vaak met ‘goodmorning’, nu en dan gevolgd door ‘how are you’ en in bepaalde gevallen met ‘give me money’.
Ook voor ons is het soms verwarrend. Wij gaan er doorgaans van uit dat de meeste mensen het best Frans kunnen en spreken dus Frans. In Butare is dat doorgaans de beste optie, in Kigali daarentegen wordt veel meer Engels gesproken en sommigen begrijpen er zelfs geen Frans.
Wij hebben het voordeel dat we beide talen (een beetje) kunnen maar af en toe slaan we wel eens in een knoop. Dan beginnen we het door elkaar te spreken: “Excuse me, c’est la route vers Ngoma?” of “C’est possible d’acheter de l’electricité here.” Sporadisch zelfs met een woordje Nederlands erbij.
Naast het Kinyarwanda hoor je ook vaak wat Swahili. Zo word je op de markt of in sommige winkeltjes vaak begroet met ‘karibu’, Swahili voor welkom. Het Engels is momenteel ook een officiële landstaal in Rwanda. Vroeger was dat Frans, waarschijnlijk vooral te danken aan de Belgische kolonisator. Maar ergens in 2008 besliste de overheid om het Franse te laten vallen en over te schakelen naar het Engels. De officiële reden daarvoor is om zich beter te kunnen integreren in de Oost-Afrikaanse gemeenschap.
Het overschakelen naar het Engels betekende dat het onderwijs niet langer in het Frans maar in het Engels diende te gebeuren. Leerkrachten en professoren die hun opleiding in het Frans gekregen hadden en al jaren in het Frans onderwezen, moesten dus plots overschakelen naar het Engels, een taal die ze niet altijd machtig waren. Ook voor de studenten werd verwacht dat ze zich maar aanpasten.
Sommige kinderen kennen slechts enkele woordjes Engels en als ze een buitenlander zien, zijn ze vaak trots die te kunnen gebruiken. Vaak blijk echter dat de taalkwestie ook bij hen voor moeilijkheden zorgt. Of het nu 6 uur ’s ochtends, 2 uur ’s namiddags of 6 uur ’s avonds is kinderen begroeten ons vaak met ‘goodmorning’, nu en dan gevolgd door ‘how are you’ en in bepaalde gevallen met ‘give me money’.
Ook voor ons is het soms verwarrend. Wij gaan er doorgaans van uit dat de meeste mensen het best Frans kunnen en spreken dus Frans. In Butare is dat doorgaans de beste optie, in Kigali daarentegen wordt veel meer Engels gesproken en sommigen begrijpen er zelfs geen Frans.
Wij hebben het voordeel dat we beide talen (een beetje) kunnen maar af en toe slaan we wel eens in een knoop. Dan beginnen we het door elkaar te spreken: “Excuse me, c’est la route vers Ngoma?” of “C’est possible d’acheter de l’electricité here.” Sporadisch zelfs met een woordje Nederlands erbij.
donderdag 15 maart 2012
Ja, er wordt ook gewerkt ;-)
Dag bloglezers,
Ik kreeg deze week een terechte mail in mijn mailbox met de vraag of er ook wel gewerkt wordt in Rwanda. Tot nu toe schreef Bert alle berichtjes op de blog en kregen jullie vooral verslagjes van onze tripjes te lezen. Hoog tijd dus om jullie wat meer te vertellen over mijn job.

Het project waarvoor ik werk heet PEPAPS: Programme d’Eau Potable et d’Assainissement - Province du Sud. Een project rond drinkbaar water en sanering in de zuidelijke provincie van Rwanda. Het project loopt reeds sinds 2007 en loopt binnen een jaartje af. Binnen het project zijn er drie grote luiken: het construeren van waternetwerken en het vernieuwen van verouderde en op die manier drinkbaar water bij de mensen brengen; het construeren van ecologische toiletten in scholen én de sensibilisering van de doelgroepen. Uiteraard is het wat ingewikkelder dan dit want er moet ook bijvoorbeeld gedacht worden aan de organisatie rond het gebruik en het onderhoud van de waterreservoirs, de verslaggeving voor BTC, de evaluatie voor de Europese Unie die ook een grote geldschieter is voor het project enz. maar al deze details bespaar ik jullie . Onthoud maar gewoon dat er nogal wat infrastructuurwerken gebeuren en dat er ook gewerkt wordt aan de sensibilisering van de mensen voor wie die infrastructuurwerken werden gedaan ;-). En aan dit laatste probeer ik mijn steentje bij te dragen.
Ik ben nu ruim 3 maand aan het werken binnen PEPAPS, maar zo voelt het niet aan, wat vliegt de tijd. Aankomen in een nieuwe organisatie vraagt tijd voor aanpassing, voor het leren kennen van de werking, het zoeken naar je plekje… En ik moet toegeven dat ik eigenlijk nog steeds aan het zoeken ben naar mijn precieze taak en naar hoe ik mijn tijd ten volle kan benutten. Het is niet evident om terecht te komen in een project die op zijn einde loopt, die al een hele voorgeschiedenis kent. Er is ook reeds heel wat die speelt tussen de collega’s, motivatie die niet meer zo hoog is… Ander groot obstakel: de taal. Het Frans krijg ik ondertussen al aardig onder de knie, maar dat kan niet gezegd worden van het Kinyarwanda. Alle sensibilisatie is uiteraard in het Kinyarwanda. Maar ook de collega’s onderling spreken heel vaak in het Kinyarwanda. Ik kan je verzekeren dat als je op een dag 4 uur in de auto zit met collega’s die enkel Kinyarwanda praten, dat je nogal gefrustreerd thuis komt. Zo leer je je collega’s ook niet kennen. Maar goed, wat doe ik wel ;-)?
Ik ben verantwoordelijk voor een ‘zijprojectje’ binnen PEPAPS dat draait rond de bouw van 240 familiale semi-ecologische toiletten. Ik doe de planning, leg de contacten met de ondernemers, maak contracten en facturen op, doe de briefwisseling met lokale autoriteiten, ga af en toe op het terrein om de werken op te volgen, om een sensibliseringssessie gade te slaan of om een levering van materiaal te controleren…
Het is leuk om een eigen projectje te hebben, maar jammer genoeg ligt het accent vooral op het administratieve. Waar facturen bijvoorbeeld niet mijn taak zijn, moet ik er toch keihard achter zitten om te zorgen dat ze binnen een redelijke termijn betaald worden. Toch probeer ik ook aan het inhoudelijke luik (de sensibilisering) te werken.
(Voor meer uitleg rond dit project verwijs ik naar mijn blog van btc (blogcooperation.be) waar ik binnenkort een berichtje rond het project van de latrines familiales zal posten!).
De voorbije maanden heb ik ook al heel wat tijd genomen om de cel sensibilisering en dus het werk van mijn collega’s te leren kennen. Claudine doet vooral de sensibilisering voor de ecologische toiletten in de scholen. Dit houdt in dat ze alle leerkrachten van de scholen vormt rond het gebruik en het onderhoud van de ecosan toiletten en dat ze heel regelmatig (elke school 2x per 3 maanden) de scholen gaat evalueren rond het gebruik en het onderhoud. Vestine (die volgende week terug komt werken na kleine 2 maanden zwangerschapsverlof) volgt de sensibilisering op rond het drinkbaar water. Gezien dit om een heel grote doelgroep gaat, is er gekozen om in de dorpen zelf mensen aan te stellen en op te leiden om de sensibilisering rond hygiëne, gender… te doen. We noemen ze de formateurs. Op dit moment zijn ze met ruim 100. Ze worden opgevolgd door 5 superviseurs. De superviseurs nemen ook zelf initiatieven. Zo zullen ze in mei in de scholen voetbalwedstrijden organiseren als middel om mensen bij elkaar te brengen die gesensibiliseerd zullen worden via theater, quiz… Ik heb dit projectje naar me toe getrokken. Ik organiseer de vergaderingen, volg het budget op, heb wat ideetjes gegeven voor de invulling van het concept, zorg voor de nodige communicatie met de directie… Ik zal ook aanwezig zijn op enkele van die wedstrijden om de activiteit in beeld te brengen.

Maar na 3 maanden (ik vraag me ook af waarom dit zo lang heeft moeten duren ;-) heb ik door dat ik eigenlijk, naast ondersteuning op vlak van planning en strategieontwikkeling, binnen de cel sensibilisering niet zo heel veel zal kunnen doen. Ik heb dan deze week ook nog wat werk gevraagd aan mijn collega die verantwoordelijk is voor ‘suivi et evaluation’. Morgen zal ze me uitleggen wat ik precies voor haar kan doen, maar het heeft te maken met de verwerking van enquêtes in rapporten en ook de voorbereiding van nieuwe enquêtes.

Ok, genoeg over mijn taken. Nog even schetsen hoe een doorsnee werkdag er voor me uitziet.
Ik heb vaste uren: van 8u tot 13u en van 14u tot 17u. Als we op het terrein gaan, kunnen die uren natuurlijk wel es verschillen. De meeste dagen zit ik op kantoor te werken. Minstens 1 keer per week ga ik wel op terrein. Dit mag ik zelf bepalen.
Mijn bureau staat in een ruimte waar er nog 5 collega’s werken, 4 Rwandese collega’s en Roel, de andere junior. Er heerst een rustig en gezellig sfeertje ;-). Binnen PEPAPS werken hoofdzakelijk Rwandezen! De muzungu’s zijn ruim in de minderheid ;-).
We wonen op een dikke 5 minuten wandelen van het kantoor. Vaak komt Roel me oppikken met het brommertje van het project en zet hij me ook ’s middags thuis af. Super leuk om ’s middags bij Bert en Loeke te zijn! Soms gaan Bert, Loeke en ik ook samen te voet naar mijn werk.
Zo… ik ga het hier bij laten. Geen idee of dit een beetje een samenhangend geheel vormt, maar nu heb je hopelijk toch al een beter idee van wat ik doe. Als er nog vragen zijn, shoot!
Vele groetjes,
Tine
P.s. Bert zal dan ook nog wel es een update geven van wat hij doet!
Ik kreeg deze week een terechte mail in mijn mailbox met de vraag of er ook wel gewerkt wordt in Rwanda. Tot nu toe schreef Bert alle berichtjes op de blog en kregen jullie vooral verslagjes van onze tripjes te lezen. Hoog tijd dus om jullie wat meer te vertellen over mijn job.
Het project waarvoor ik werk heet PEPAPS: Programme d’Eau Potable et d’Assainissement - Province du Sud. Een project rond drinkbaar water en sanering in de zuidelijke provincie van Rwanda. Het project loopt reeds sinds 2007 en loopt binnen een jaartje af. Binnen het project zijn er drie grote luiken: het construeren van waternetwerken en het vernieuwen van verouderde en op die manier drinkbaar water bij de mensen brengen; het construeren van ecologische toiletten in scholen én de sensibilisering van de doelgroepen. Uiteraard is het wat ingewikkelder dan dit want er moet ook bijvoorbeeld gedacht worden aan de organisatie rond het gebruik en het onderhoud van de waterreservoirs, de verslaggeving voor BTC, de evaluatie voor de Europese Unie die ook een grote geldschieter is voor het project enz. maar al deze details bespaar ik jullie . Onthoud maar gewoon dat er nogal wat infrastructuurwerken gebeuren en dat er ook gewerkt wordt aan de sensibilisering van de mensen voor wie die infrastructuurwerken werden gedaan ;-). En aan dit laatste probeer ik mijn steentje bij te dragen.
Ik ben nu ruim 3 maand aan het werken binnen PEPAPS, maar zo voelt het niet aan, wat vliegt de tijd. Aankomen in een nieuwe organisatie vraagt tijd voor aanpassing, voor het leren kennen van de werking, het zoeken naar je plekje… En ik moet toegeven dat ik eigenlijk nog steeds aan het zoeken ben naar mijn precieze taak en naar hoe ik mijn tijd ten volle kan benutten. Het is niet evident om terecht te komen in een project die op zijn einde loopt, die al een hele voorgeschiedenis kent. Er is ook reeds heel wat die speelt tussen de collega’s, motivatie die niet meer zo hoog is… Ander groot obstakel: de taal. Het Frans krijg ik ondertussen al aardig onder de knie, maar dat kan niet gezegd worden van het Kinyarwanda. Alle sensibilisatie is uiteraard in het Kinyarwanda. Maar ook de collega’s onderling spreken heel vaak in het Kinyarwanda. Ik kan je verzekeren dat als je op een dag 4 uur in de auto zit met collega’s die enkel Kinyarwanda praten, dat je nogal gefrustreerd thuis komt. Zo leer je je collega’s ook niet kennen. Maar goed, wat doe ik wel ;-)?
Het is leuk om een eigen projectje te hebben, maar jammer genoeg ligt het accent vooral op het administratieve. Waar facturen bijvoorbeeld niet mijn taak zijn, moet ik er toch keihard achter zitten om te zorgen dat ze binnen een redelijke termijn betaald worden. Toch probeer ik ook aan het inhoudelijke luik (de sensibilisering) te werken.
(Voor meer uitleg rond dit project verwijs ik naar mijn blog van btc (blogcooperation.be) waar ik binnenkort een berichtje rond het project van de latrines familiales zal posten!).
Maar na 3 maanden (ik vraag me ook af waarom dit zo lang heeft moeten duren ;-) heb ik door dat ik eigenlijk, naast ondersteuning op vlak van planning en strategieontwikkeling, binnen de cel sensibilisering niet zo heel veel zal kunnen doen. Ik heb dan deze week ook nog wat werk gevraagd aan mijn collega die verantwoordelijk is voor ‘suivi et evaluation’. Morgen zal ze me uitleggen wat ik precies voor haar kan doen, maar het heeft te maken met de verwerking van enquêtes in rapporten en ook de voorbereiding van nieuwe enquêtes.
Ok, genoeg over mijn taken. Nog even schetsen hoe een doorsnee werkdag er voor me uitziet.
Ik heb vaste uren: van 8u tot 13u en van 14u tot 17u. Als we op het terrein gaan, kunnen die uren natuurlijk wel es verschillen. De meeste dagen zit ik op kantoor te werken. Minstens 1 keer per week ga ik wel op terrein. Dit mag ik zelf bepalen.
Mijn bureau staat in een ruimte waar er nog 5 collega’s werken, 4 Rwandese collega’s en Roel, de andere junior. Er heerst een rustig en gezellig sfeertje ;-). Binnen PEPAPS werken hoofdzakelijk Rwandezen! De muzungu’s zijn ruim in de minderheid ;-).
We wonen op een dikke 5 minuten wandelen van het kantoor. Vaak komt Roel me oppikken met het brommertje van het project en zet hij me ook ’s middags thuis af. Super leuk om ’s middags bij Bert en Loeke te zijn! Soms gaan Bert, Loeke en ik ook samen te voet naar mijn werk.
Zo… ik ga het hier bij laten. Geen idee of dit een beetje een samenhangend geheel vormt, maar nu heb je hopelijk toch al een beter idee van wat ik doe. Als er nog vragen zijn, shoot!
Vele groetjes,
Tine
P.s. Bert zal dan ook nog wel es een update geven van wat hij doet!
dinsdag 13 maart 2012
Verslagje trip met Kevin
Zoals beloofd dan eindelijk een verslagje van de trip die we met onze eerste bezoeker maakten.
Op het programma stonden:
*verkennen van het (expat-)nachtleven van Kigali (geen foto's, misschien maar best :-)
*bezoek aan Nyungwe Forest National Park (waar we een dag langer moesten blijven wegens problemen met de auto en wisselstukken die moesten overkomen van in Kigali)
*rit van Gisakura naar Kibuye langs het Kivu meer (80 km langs een onverharde weg, deden er 4 uur over)
*rust in Kibuye aan het Kivu meer
*Butare verkennen en een beetje Kigali
Hier vind je het fotoverslag.
Op het programma stonden:
*verkennen van het (expat-)nachtleven van Kigali (geen foto's, misschien maar best :-)
*bezoek aan Nyungwe Forest National Park (waar we een dag langer moesten blijven wegens problemen met de auto en wisselstukken die moesten overkomen van in Kigali)
*rit van Gisakura naar Kibuye langs het Kivu meer (80 km langs een onverharde weg, deden er 4 uur over)
*rust in Kibuye aan het Kivu meer
*Butare verkennen en een beetje Kigali
Hier vind je het fotoverslag.
dinsdag 6 maart 2012
Ondertussen in Butare...
• Is het droogseizoen gedaan en het lange regenseizoen aangebroken. Dat betekent veel minder mooi weer, kouder ook en natuurlijk veel meer regen. Toen we aankwamen was het korte regenseizoen bezig. Normaalgezien loopt het tot begin december maar deze keer duurde het een paar weken langer. In januari heeft het nauwelijks geregend en was het heel mooi en warm weer. Zo een paar weken zonder regen dat merk je vooral aan het stof. Sommigen hebben het dan ook over het stoffige seizoen en het modderige seizoen i.p.v. nat en droog. Modder daar maken we ons nu dus voor op.
• Kijken de mensen niet zo zeer raar op als we met een buggy over straat wandelen, zoals ons vooraf gezegd werd. Maar doet vooral Loekes tuutje de mensen opkijken. De vrouwen vragen ons wat dat is, sommigen denken dat het is om haar mond open te houden, anderen vragen of er melk uitkomt.
• Is onze eerste bezoeker al gepasseerd. Het smaakt naar meer. Iedereen welkom!
• Ons bezoek bracht een aantal zaken mee uit België, o.a. kaas, chocolade maar ook een autostoel en schommeltje voor Loeke. Het voelde een beetje als de komst van de kerstman :-). Binnenkort hopelijk een verslagje van onze trip, met foto’s.
• Hebben we al de eerste pech gehad met onze auto. Zonder al te veel erg weliswaar, enkel dat we het programma van ons bezoek een beetje hebben moeten aanpassen.
• Zijn we alle drie nog steeds (vrij) gezond. Tine heeft momenteel wat meer last van migraine maar nog niets om ons echt zorgen over te maken.
• Traint Bert voor de Peacemarathon eind mei in Kigali maar loopt Loeke nog niet. Ze is echter wel zot van haar loopfietsje en doet al vanalles op een potje.

• Waren we al aan onze tweede poes toe. De eerste, Inshuti, is de dag na zijn vaccinatie niet meer teruggekeerd. Zonder er om te vragen had hier plotseling iemand een nieuw klein poesje mee (al hebben we die nu bijna een dag niet meer gezien). Voorlopig zijn we nog niet op een leuke naam gekomen. Suggesties zijn welkom!
• Kijken de mensen niet zo zeer raar op als we met een buggy over straat wandelen, zoals ons vooraf gezegd werd. Maar doet vooral Loekes tuutje de mensen opkijken. De vrouwen vragen ons wat dat is, sommigen denken dat het is om haar mond open te houden, anderen vragen of er melk uitkomt.
• Is onze eerste bezoeker al gepasseerd. Het smaakt naar meer. Iedereen welkom!
• Ons bezoek bracht een aantal zaken mee uit België, o.a. kaas, chocolade maar ook een autostoel en schommeltje voor Loeke. Het voelde een beetje als de komst van de kerstman :-). Binnenkort hopelijk een verslagje van onze trip, met foto’s.
• Hebben we al de eerste pech gehad met onze auto. Zonder al te veel erg weliswaar, enkel dat we het programma van ons bezoek een beetje hebben moeten aanpassen.
• Zijn we alle drie nog steeds (vrij) gezond. Tine heeft momenteel wat meer last van migraine maar nog niets om ons echt zorgen over te maken.
• Traint Bert voor de Peacemarathon eind mei in Kigali maar loopt Loeke nog niet. Ze is echter wel zot van haar loopfietsje en doet al vanalles op een potje.
• Waren we al aan onze tweede poes toe. De eerste, Inshuti, is de dag na zijn vaccinatie niet meer teruggekeerd. Zonder er om te vragen had hier plotseling iemand een nieuw klein poesje mee (al hebben we die nu bijna een dag niet meer gezien). Voorlopig zijn we nog niet op een leuke naam gekomen. Suggesties zijn welkom!
dinsdag 7 februari 2012
Kibuye trip
Sinds een week hebben we een auto. Nou ja, een 4x4, een jeep type. Na op woensdag wat rondgetoerd te hebben in de buurt van Butare, zijn we er het voorbije weekend op uitgetrokken, richting het Kivu meer. Het plan was om via de hoofdweg naar Nyanza (op halfuurtje van Butare) te rijden en dan via een ‘binnenweg’ naar Kibuye aan het Kivu meer te rijden. Deze ‘binnenweg’ was een niet geasfalteerde of gebetonneerde weg, die via kleine dorpkes uiteindelijk terug op de hoofdweg uitkwam in de buurt van Kibuye.
Het stuk naar Nyanza was simpel, dat hadden we al verschillende keren afgelegd op weg naar Kigali. In Nyanza moesten we de juiste weg richting Kibuye zien te vinden, iets wat zonder wegwijzers en zonder deftige kaart (laat staan GPS) toch wel even zoeken was. De weg vragen aan mensen bracht ook niet veel hulp. Er was het taalprobleem (ons Kinyarwanda beperkt zich nog tot goeiedag en dankuwel, hun Frans of Engels ook) en van mensen die vaak niet veel verder dan hun eigen dorp of stad gaan kan je ook niet verwachten dat ze weten wat er 60 km verderop langs een dirt road ligt.
Maar goed eens op de juiste weg, ging het vlot. De weg was nu en dan een beproeving voor de auto en Bert’s rijkunsten maar beiden doorstonden de test. We waren al aardig opgeschoten tot we plots niet meer door konden omwille van werken. Eerst dachten we er nog omheen te kunnen maar toen we uitstapten, zagen we dat men bezig was met het aanleggen van een brug over een rivier. Veel anders dan omkeren zat er niet op. Bij gebrek aan bovenvermelde geografische hulpmiddelen en aan bordjes met ‘Déviation’, waren we genoodzaakt om een heel stuk langs dezelfde weg terug te keren om dan in een wat groter dorp een andere weg te kunnen nemen. Uiteindelijk kwamen slechts zo’n 30 km voorbije Nyanza terug op de hoofdweg uit. Gelukkig was het volgende stuk weg richting Kibuye ook heel erg de moeite waard, een kronkelende weg langs bergflanken met steeds prachtige vergezichten over het dal.

Moe en beetje verhit (wijzelf niet de auto) kwamen we uiteindelijk in Kibuye aan de oevers van het Kivu meer aan. Gelukkig vonden we er rust, een koele meerbries en een mooi domein van het pension waar we verbleven. We ploften ons in een stoel langs het meer en lieten het ons wel bevallen.
Het Kivu meer ligt op ruim 1400 m hoogte en zijn uitgestrektheid (2200 km²) geeft je de indruk dat je aan een zee zit. Het meer is omringd met bergen en bezaaid met enkele eilandjes. De vergezichten zijn er adembenemend en bij helder weer zie je in de verte de heuvels van Congo. Tijdens ons verblijf zagen we ook talrijke vogels, waar we helaas de naam niet van weten. Het pension waar we verbleven was eenvoudig maar een oase van rust en dat deed goed. Het water van het meer was verfrissend maar niet koud. Al snel hadden we dus door dat we hier nog wel een paar keer zouden weerkeren. We laten jullie meegenieten met een aantal foto’s.
Het stuk naar Nyanza was simpel, dat hadden we al verschillende keren afgelegd op weg naar Kigali. In Nyanza moesten we de juiste weg richting Kibuye zien te vinden, iets wat zonder wegwijzers en zonder deftige kaart (laat staan GPS) toch wel even zoeken was. De weg vragen aan mensen bracht ook niet veel hulp. Er was het taalprobleem (ons Kinyarwanda beperkt zich nog tot goeiedag en dankuwel, hun Frans of Engels ook) en van mensen die vaak niet veel verder dan hun eigen dorp of stad gaan kan je ook niet verwachten dat ze weten wat er 60 km verderop langs een dirt road ligt.
Maar goed eens op de juiste weg, ging het vlot. De weg was nu en dan een beproeving voor de auto en Bert’s rijkunsten maar beiden doorstonden de test. We waren al aardig opgeschoten tot we plots niet meer door konden omwille van werken. Eerst dachten we er nog omheen te kunnen maar toen we uitstapten, zagen we dat men bezig was met het aanleggen van een brug over een rivier. Veel anders dan omkeren zat er niet op. Bij gebrek aan bovenvermelde geografische hulpmiddelen en aan bordjes met ‘Déviation’, waren we genoodzaakt om een heel stuk langs dezelfde weg terug te keren om dan in een wat groter dorp een andere weg te kunnen nemen. Uiteindelijk kwamen slechts zo’n 30 km voorbije Nyanza terug op de hoofdweg uit. Gelukkig was het volgende stuk weg richting Kibuye ook heel erg de moeite waard, een kronkelende weg langs bergflanken met steeds prachtige vergezichten over het dal.
Moe en beetje verhit (wijzelf niet de auto) kwamen we uiteindelijk in Kibuye aan de oevers van het Kivu meer aan. Gelukkig vonden we er rust, een koele meerbries en een mooi domein van het pension waar we verbleven. We ploften ons in een stoel langs het meer en lieten het ons wel bevallen.
Het Kivu meer ligt op ruim 1400 m hoogte en zijn uitgestrektheid (2200 km²) geeft je de indruk dat je aan een zee zit. Het meer is omringd met bergen en bezaaid met enkele eilandjes. De vergezichten zijn er adembenemend en bij helder weer zie je in de verte de heuvels van Congo. Tijdens ons verblijf zagen we ook talrijke vogels, waar we helaas de naam niet van weten. Het pension waar we verbleven was eenvoudig maar een oase van rust en dat deed goed. Het water van het meer was verfrissend maar niet koud. Al snel hadden we dus door dat we hier nog wel een paar keer zouden weerkeren. We laten jullie meegenieten met een aantal foto’s.
Abonneren op:
Berichten (Atom)